
De afgelopen periode hadden de vraagstukken die coachees met mij in gesprek brachten iets gemeen: ze gingen over overgangsmomenten – wisselen van baan, een reorganisatie, verlies van een dierbare, ziekte, ouderschap, pensioen… En ik besefte me dat dit misschien geen toeval was. Ik had zelf een periode van overgangsmomenten achter de rug. Of ik zat er nog middenin.
Aanleiding genoeg dus om me er nog verder in te verdiepen: wat hebben overgangsmomenten gemeen? In ieder geval is er een oude en een nieuwe situatie; een verleden waarvan je wegdrijft en een toekomst waar je op afstevent. Er is verlies en afscheid en ook ruimte voor iets nieuws. Er zijn emoties die je toetrekken naar ‘wat was’ of ‘wat zal’, of die je er juist van doen afwenden. Maar er is ook een nu; een realiteit die je op ieder moment – in je leven en dwars door je werkdag – met je meedraagt. Een realiteit die vaak ‘rauw’ aanvoelt en waarop we dus soms ook graag op vooruitlopen, of juist liever een beetje van wegblijven.
Als het gaat om wat het omgaan met overgangsmomenten van ons vraagt spreekt filosofe Marjan Slob van ‘de realiteit liefhebben’: “Het gaat om het vormgeven van een narratief met een lonkende toekomst, waarin we niet sentimenteel zijn, maar onszelf ook niet haten. Waarin we frustratie en frictie toestaan (niet sentimenteel zijn), maar ook de hoop zien (niet vreugdeloos worden).” Ze benoemt hiermee volgens mij een van de grootste uitdagingen in een overgangsperiode, realiseerde ik me toen ik alle vraagstukken van coachees eens naast elkaar legde.
Verliesgerichte en herstelgerichte activiteiten
Wat helpt ons mensen hierbij? In mijn ervaring is het duale procesmodel van rouw en verlies heel behulpzaam. Dat denkkader van Stroebe en Schut (1999) ziet overgang en verlies niet als iets wat lineair verloopt, maar als een duaal proces van ‘oscillatie’: het heen- en weer bewegen tussen verliesgerichte en herstelgerichte activiteiten. Verliesgerichte activiteiten brengen je terug naar ‘wat was’. Ze helpen bij het doorleven van dat wat je achterlaat. Vaak gaat dat gepaard met gevoelens van pijn en verdriet. Je kunt denken aan het luisteren naar muziek die je herinnert aan degene of datgene dat niet meer bij je is. Of om spullen die je daaraan herinneren door je handen te laten gaan: bijvoorbeeld door het opruimen van je werkarchief. Of door juist iets te maken die de herinnering terugbrengt – iets als een fotolijstje of een collage bijvoorbeeld. Herstelgerichte activiteiten laten je toebewegen naar ‘wat zal’. Ze helpen je om lichtheid, hoop en inspiratie te vinden tijdens een overgangsperiode. Nadenken over hobby’s die je wellicht wilt oppakken na je pensioen, of een reis die je wilt maken, bijvoorbeeld. Het visualiseren van je gewenste toekomst, dromen van hoe bijvoorbeeld een nieuwe samenwerking idealiter zou kunnen gaan verlopen. Of het nadenken over datgene wat je met je verlieservaring voor anderen zou kunnen of willen betekenen. Als mentor of ervaringsdeskundige bijvoorbeeld.
Dit dynamische proces van voortdurend heen- en weer bewegen helpt om evenwicht te vinden in het nu tijdens een overgangsperiode. Je pendelt als het ware heen en weer tussen dat wat je dichter brengt bij ‘wat was’, zonder erin te verzanden, en wat je hoop geeft voor ‘wat zal’, zonder erin af te dwalen. Dat is best een behoorlijke zoektocht. In de periode nadat ik zelf een dierbare was verloren, besloot ik om naar een toneelvoorstelling te gaan over rouw en verlies. De voorstelling ontroerde me, maar ik vond het ook ontspannend. Precies wat ik ervan hoopte: het bracht lichtheid en inspiratie, zonder dat het me liet verliezen wat er op dat moment bij mij speelde.
Het onder ogen zien van beide kanten
Het is echter nog niet zo makkelijk om heen en weer te bewegen en een evenwicht te vinden tussen terug- en vooruitkijken, tussen omgaan met verlies en zin krijgen in de toekomst. Mensen bevinden zich tijdens een overgangsmoment vaak in één narratief dat het andere perspectief onderdrukt, en daarmee de realiteit verhult:
- “Toen de vorige manager er nog was, toen was alles nog zo fijn. Als zij terugkomt, dan krijgen we weer een sfeervol team…” (verlangen naar het verleden, onderdrukken van angst voor de toekomst)
- “Als ik me straks weer lekkerder in mijn vel voel dan vind ik mijn werk wel weer leuk.” (verlangen naar de toekomst, onderdrukken van angst voor het verleden)
Zo’n ‘als-dan’ redenering is vaak een zin die onthult dat iemand de realiteit niet onder ogen ziet. Het is een manier van omgaan met een pijnlijke of stressvolle situatie, maar in mijn ervaring niet één die iemand verder brengt. Sterker nog; wanneer één van deze twee perspectieven dominant is, zie ik vaak dat coachees vastlopen. Ze bewegen te weinig heen- en weer tussen tijd en aandacht voor verleden en toekomst, en voor angst en verlangen. En daarmee raken ze vervreemd van de realiteit. Als je van deze perspectieven een kwadrant maakt, ziet dat er als volgt uit (klik hier voor pdf):
